|
Wonden die maar niet wilden genezen, hongeroedeem, infecties, dysenterie, algehele verzwakking en sterfte. Vrijwel alle symptomen waren direct het gevolg van gebrekkige hygiëne, weinig voeding, mishandelingen, onvoldoende medische voorzieningen en incapabele kampdokters. De Amersfoortse kampleiding toonde geen enkel initiatief om deze situatie te verbeteren.
Het kamp was smerig. Hygiëne was ver te zoeken. Gevangenen mochten maar één keer per week douchen en kregen één keer per week schoon ondergoed. Dekens werden nauwelijks gelucht of verschoond. WC's kwamen uit op een open riolering.
Het douchelokaal bevond zich bij het Revier, bij Block I. De nummers van gevangenen die hadden gedoucht, werden genoteerd. Iemand die verzuimde te douchen werd gestraft met een ijskoude douche. Veel gevangenen waren in het bezit van een klein stukje zeep en als het meezat iets dat op een handdoek leek. Deze handdoek werd echter overal voor gebruikt. Eetgerei werd ermee schoongemaakt, hij diende als zakdoek en ook wel als bescherming tegen de kou. Niet alle gevangenen waren in het bezit van een handdoek. Het kwam voor dat een stuk van een hemd als zodanig ging functioneren.
Bij de wekelijkse verschoning kreeg iedere gevangene toch weer ondergoed. Het gevolg was echter dat, bij de volgende verschoning een week later, een andere gevangene een half hemd kreeg. Zo'n dertig à veertig gevangenen gingen gezamenlijk onder de douche. Iedere gevangene moest zijn klompen buiten laten staan, met het risico dat zijn klompen 'georganiseerd' werden. In de kleedkamer diende iedere gevangene zijn kleren achter te laten en deze na maximaal vijf minuten onder de douche, weer op te zoeken. Op zondagmorgen konden de gevangenen hun ondergoed verschonen.
In de barak voor zijn bed ontdeed de gevangene zich van zijn ondergoed en trok zijn kampuniform weer aan.
Met het bundeltje vuil ondergoed dienden de gevangenen zich op te stellen achter Block IV. Hemd, onderbroek en sokken (als men die bezat) werden daar gedeponeerd. Bij het loket in het Revier kon de gevangene vervolgens schoon ondergoed verkrijgen. Daarna keerde een ieder weer terug naar zijn barak. Soms was er 's avonds voeteninspectie op de bedden. Iedere gevangene diende zijn voeten te ontbloten en deze zichtbaar uit het bed te steken. Afhankelijk van de stemming van de controlerende Duitse bewakers werden alle gevangenen in de barak, onder luid geschreeuw, naar het washok gejaagd om hun voeten te wassen. In het washok was het dan een grote chaos waarbij uiteindelijk niet meer werd gekeken wie schone en wie nog vieze voeten had. 's Ochtends konden de gevangenen terecht in het washok. Voor iedere barak was een washok beschikbaar met een lange rij kranen. Zeep werd nauwelijks gebruikt bij de dagelijkse wasbeurt, anders bleef er geen zeep over voor de wekelijkse douche. |