In juni 1933 werd Theodor Eicke, SS-Oberführer en tevens commandant van concentratiekamp Dachau. Onder zijn bewind werd de theorie van het nationaalsocialisme bloedige realiteit.
De “Sonderbestimmungen” die zijn voorganger Wäckerle had opgesteld, gebruikte Eicke voor de samenstelling van zijn eigen regels onder de titel "Disziplinar- und Strafandrohung für den Gefangenenlager". Eicke was alleen verantwoording schuldig aan Himmler, de Reichsführer-SS, die de maatregelen en reglementen van Eicke had goedgekeurd.
In 1934 werd Eicke benoemd tot "Inspekteur der Konzentrationslager und Führer der SS-Wachverbände". Als SS-Gruppenführer formeerde Eicke uit zijn bewakingstroepen regionale "SS-Totenkopfverbände". Zij werden belast met de bewaking van concentratiekampen.
Concentratiekamp Dachau werd een voorbeeldkamp en stond model voor de inrichting van andere concentratiekampen. Het was tevens een school voor bewakers. In Dachau leerden SS-ers hoe zij gevangenen - mensen met een ander geloof, een andere mening of een andere levensstijl - als minderwaardig moesten zien en ze overeenkomstig moesten behandelen. In latere jaren zouden deze SS'ers miljoenen onschuldige mensen gewetenloos vermoorden in gaskamers. |