De Politieke Opsporingsdienst (POD) en de Politieke Recherche Afdeling (PRA) werden beiden door de Nederlandse overheid in het leven geroepen. Beide instanties hadden ten doel het opsporen van en onderzoek doen naar ‘foute elementen’ in de Nederlandse samenleving gedurende de Duitse bezetting. In februari 1945 werden opsporing en aanhouding de taak van de POD. In totaal waren in ons land tachtig van dergelijke POD’s werkzaam.
Op 1 maart 1946 werd het Militair Gezag opgeheven. Daarmee verdwenen ook de POD’s. De taken van opsporing en arrestatie zouden weer in handen komen van de justitie. Aangezien de politie nog steeds kampte met een ernstig tekort aan capaciteit werden die taken overgeheveld naar de procureursfiscaal van de vijf Bijzondere Gerechtshoven (Amsterdam, Den Haag, Den Bosch, Arnhem en Leeuwarden). De politieel geschoolde opsporingsambtenaren werden nu georganiseerd in Politieke Recherche Afdelingen (PRA). Mede door de hoge kosten die het opsporings- en vervolgingsbeleid met zich meebracht, ging de regering ertoe over een versneld einde te maken aan de instanties die zich met de problemen, voortkomend uit de bezetting, bezighielden.
In 1948 werd het aantal PRA’s teruggebracht tot vijf (per Bijzonder Gerechtshof één) en werden de Tribunalen opgeheven. In de loop van dat jaar werden de taken van de PRA’s overgeheveld naar de gemeentepolitie.
In 1950 werd het laatste Bijzonder Gerechtshof (dat van Amsterdam) opgeheven. |