Van de etenswaren die bedoeld waren voor de gevangenen kwam lang niet alles aan. Behalve dat het eten door de kampleiding als straf werd achtergehouden werd ook veel voedsel door de kamp-SS achterovergedrukt. Het werd vervolgens opgediend bij de Kameradschaftsabenden, of klaargemaakt voor verzending naar het thuisfront. Gevangene Frans van den Berg, die op 18 augustus 1941 in het kamp arriveerde en werkzaam was als kok, verklaarde in 1948, dat het regelmatig voorkwam dat drie of vier dagen geen eten werd verstrekt.
Gedurende de periode tot 1943 leden de gevangenen honger. Het ergst was de periode vanaf de opening tot mei 1942.
De honger in Kamp Amersfoort overheerste alle andere ontberingen in het kamp. Het resultaat van de geringe voedselverstrekking was voornamelijk diefstal. Op alle manieren werd gezocht naar een mogelijkheid om meer voedsel te verkrijgen. Er werd voedsel gestolen uit de keuken, uit het aardappelschilhok, uit de varkensstal en uit de tuinderijen van de SS. Men stal ook voedsel van elkaar. Gevangenen die zich schuldig maakten aan het stelen van voedsel werden zwaar gestraft.