|
|
|
|
|
In 1933 won Hitler met zijn NSDAP de verkiezingen en hij werd op 30 januari door president Von Hindenburg tot Rijkskanselier benoemd. Vrijwel direct na zijn benoeming begon de brutale vervolging en systematische uitschakeling van politieke tegenstanders.
Na de machtsovername door Hitler werd door rijkspresident Von Hindenburg een noodverordening ondertekend die het mogelijk maakte om de duur van 'preventieve gevangenschap' uit te breiden tot drie maanden. Deze vorm van vrijheidsberoving werd “Polizeihaft” genoemd en was nog enigszins aan regels onderworpen. Dat veranderde na de brand in het Rijksdaggebouw op 28 februari 1933. Communisten werden beschuldigd van brandstichting en samenzwering tegen de rijksregering. De brand werd aangegrepen om een nieuwe maatregel "zum Schutz von Volk und Staat" in te voeren. Deze maatregel maakte het mogelijk om personen voor onbepaalde tijd in hechtenis te nemen. Communisten waren de eersten die op grote schaal kennis maakten met 'Schutzhaft', de nieuwe maatregel "zum Schutz von Volk und Staat".
Op 23 maart 1933 verkondigde Hitler een wetsontwerp; het “Ermächtigungsgesetz”. Deze wet stelde Hitler in staat om voor een periode van vier jaar wetten te maken en uit te voeren zonder dat daarvoor de medewerking van vertegenwoordigende instanties vereist was. Dit wetsontwerp behaalde de vereiste twee/derde meerderheid voornamelijk door de afwezigheid van communisten.
Hitler noemde zijn regering het Derde Rijk en voorspelde dat dit duizend jaar stand zou houden.
Na de eerste grote arrestatiegolf van communisten volgde nog meer arrestaties. Een reeks van concentratiekampen werd opgericht om alle arrestanten onder te brengen. Naast kamp Dachau werden deze kampen door de misdragingen van SA en SS bewakers al gauw 'wilde kampen' genoemd. Omdat het aanzien van het nationaalsocialisme niet geschaad mocht worden en de mishandelingen in de kampen voor de nodige onrust en bezorgdheid zorgden, werd een aantal kampen opgeheven.
Aan de macht van de SA kwam een einde. Het verschil in opvatting over de rol van de SA, tussen Röhm en Hitler speelde daarbij ook een rol. Op 30 juni 1934 werd deze SA dreiging uit de weg geruimd. Meer dan duizend personen werden gearresteerd en vermoord. Onder de slachtoffers bevonden zich veel SA kopstukken, waaronder Röhm. De SA verloor in één klap al haar invloed. De actie ging de geschiedenisboeken in als de "Nacht van de lange messen".
Na de dood van Von Hindenburg was de weg vrij voor Hitler. Zijn positie als Führer van het Duitse Rijk werd door het politieapparaat onder leiding van Himmler verzekerd. | |
 |
|
|
|