Op 1 september 1945 werd Kamp Amersfoort door het Militair Gezag officieel overgedragen aan de commandant van het ‘Bewarings- en Verblijfskamp Laan 1914’. Maar al veel eerder werden in het Bewarings- en Verblijfskamp Laan 1914, in het kader van de zuiveringen en bijzondere rechtspleging, van samenwerking met de Duitsers verdachte - mannen en vrouwen ondergebracht.
Over deze periode is pas meer bekend geworden na de verschijning (nov. 2011) van het boek 'Het foute kamp' van journalist en historicus Richard Hoving.
Voordat het voormalige Kamp Amersfoort als Bewarings- en Verblijfskamp ging fungeren, werden NSB-ers in de garage van Pon ondergebracht. Daarna in de Markthallen. Vervolgens kwamen er zoveel mensen dat moest worden uitgeweken naar de Bernhardkazerne. Daarna pas kwam het voormalige Kamp Amersfoort aan de beurt. In totaal werden er meer dan 2.500 mannen gevangen gehouden. Apart van hen nog eens 1.000 vrouwen en ongeveer 100 kinderen. Er was een ploeg van zo’n 400 man bewakingstroepen.
Van een van de commandanten, de heer P. Soons, is een serie foto's bekend. Hij was de derde en laatste commandant van het interneringskamp.
Mevrouw J.C. Vastenburg - Van der Weem was eveneens commandant in het Bewarings- en Verblijfskamp. Zij was belast met de leiding over het gedeelte van het kamp waar geïnterneerde vrouwen verbleven. Haar man Klaas Vastenburg was op 8 maart 1945 bij Woeste Hoeve gefusilleerd.
Behalve NSB'ers en collaborateurs werden ook Duitse en Nederlandse SS-ers in het Bewarings- en Verblijfskamp gevangen gehouden. Hun aanwezigheid was van groot belang voor het lopende onderzoek naar oorlogsmisdrijven en massagraven.
De leefomstandigheden in het kamp waren in eerste instantie niet veel beter, misschien zelfs wel slechter dan de leefomstandigheden in de periode 1941-1945. Het kwam nogal eens voor dat bewakers meenden het recht in eigen hand te moeten nemen. Sommige bewakers bleken zelfs ordinaire misdadigers die het mishandelen van gevangenen niet schuwden. Vergeleken met andere kampen in Nederland - vlak na de bezetting - kwam Kamp Amersfoort er echter nog relatief goed vanaf.
Het rapport 'Kamptoestanden' van Dr. Van der Vaart Smit maakt melding van mishandelingen waaraan politieke verdachten sinds de bevrijding hebben blootgestaan. Van der Vaart Smit merkt op:
‘De mishandelingen en folteringen na mei 1945, waar duizenden personen aan waren blootgesteld waren geen 'spontane reacties' van volksgenoten op de jarenlange onderdrukking, maar waren handelingen van misdadigers’.
Op 12 Augustus 1946 werd het Bewarings- en Verblijfkamp, dat officieel sinds 1 januari 1946 viel onder het Ministerie van Justitie, overgedragen aan het Ministerie van Defensie. De laatste gedetineerden vertrokken eind september 1946 naar hun nieuwe bestemming te Millingen. In het voormalige vrouwenkamp bleef slechts de ziekenbarak nog bevolkt. Deze vrouwelijke gedetineerden verbleven er tot april 1947.
Generaal-majoor J. Zwart, het Hoofd van de Dienst der Genie schreef dat het kamp aan de Appelweg, het z.g. mannenkamp, ongeveer 15 september 1946 door de gedetineerden zou worden ontruimd. Het kamp was intussen opgenomen in het legeringsschema van de lichting 1946 en moest medio september voor legering van troepen in gebruik worden genomen. Er zouden weer militairen gelegerd gaan worden in het kamp, net als in 1939.
Artikel uit de Amersfoortsche Courant van 12 augustus 1946:
Interneeringskamp aan Laan 1914 wordt opgehevenLees ook het artikel 'Landgoed Den Treek' door Karel Kreuning: