Op 5 mei 1945 om 08:00 uur klom
Loes van Overeem op een stoel en sprak in haar
bevrijdingsrede de - ongeveer 579 - gevangenen toe. In Nederland was het officieel Bevrijdingsdag. De capitulatie was een feit en dit was het laatste appèl. Onder het hijsen van de vlag werd het Wilhelmus ingezet.
De nog aanwezige gevangenen werden vervolgens voorzien van een Rode Kruis-paspoort en werden in staat gesteld om het kamp te verlaten. De overgebleven vier Duitse bewakers bij de hoofdpoort waren 's ochtends reeds afgelost door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).
In de middag keerden Duitse militairen terug naar het kamp en eisten dat de BS'ers de wapens zouden neerleggen (link 2) . Loes van Overeem overtuigde de Duitsers ervan dat alle personen in het kamp gevangenen waren. Ze liet de wapens van de BS'ers verbergen en vervolgens liet ze iedereen aantreden. De BS'ers mengden zich onder de gevangenen. De Duitsers konden niet anders dan constateren dat er geen BS'ers aanwezig waren en verlieten het kamp.