|
Dwangarbeid, mishandeling, honger en ziekte maakten het verblijf in Kamp Amersfoort tot een strijd om te overleven. Saamhorigheid onder gevangenen was ver te zoeken. Gevangenen werden ingedeeld in werkgroepen of Kommandos.
Tot 1943 was dit voornamelijk ten behoeve van de uitbreiding van het kamp. In een 'gunstig' commando werden gevangenen minder opgejaagd en mishandeld. Uit puur lijfsbehoud probeerden veel gevangenen zich te drukken en wat eetbaars te 'organiseren'.
Gevangenen werden gedwongen om werkzaamheden in en rondom het kamp uit te voeren. De Duitse kampleiding hield de gevangenen aan het werk. Arbeid werd gezien als disciplinerend en bovendien was het noodzakelijk om de uitbreiding van het kamp te realiseren.
Vrij snel na de opening van het kamp werd begonnen met de uitbreiding ervan. De werkzaamheden zoals deze tot 1943 door gevangenen werden verricht, waren voornamelijk gericht op verbetering en uitbreiding van het bestaande kamp. Maar ook op continuïteit van de dagelijkse gang van zaken en verbetering en uitbreiding van de infrastructuur.
Er werd zes dagen in de week en negen uur per dag gewerkt. Een werkdag begon om iets over 08.00 uur, direct na het ochtendappel dat om 07.30 uur werd gehouden. Na de bel van 12.00 uur werden de gevangenen in de gelegenheid gesteld hun middagmaal te nuttigen. Dan weer aantreden voor het middagappel. Vervolgens werd er gewerkt van 13.00 tot 18.00 uur (in de winter van 1941 werd er zonder middagpauze doorgewerkt tot 17.00 uur).
Was het appèl in de ochtend kort, 's avonds kon een appèl enkele uren duren. Het kwam geregeld voor dat de gevangenen om 20.00 uur nog op de appèlplaats stonden. |